24 VORM

Vereenvoudigde Yangstijl

De traditionele Tai Chi stijlen zijn voor veel mensen te moeilijk en het duurt ook vaak te lang om ze te leren. Om mee te beginnen zijn ze in elk geval niet zo geschikt.
De Chinese overheid heeft in 1956 enkele Chinese grootmeesters aan het werk gezet om een korte en eenvoudige Tai Chi vorm te bedenken die voor iedereen toegankelijk moest zijn. Dit werd de Vereenvoudigde Yangstijl - ook wel 24-vorm, korte vorm of Pekingstijl genoemd. Hij is gebaseerd op de bewegingen uit de traditionele Yangstijl die zich kenmerkt door grote open bewegingen, harmonieus en gelijkmatig uitgevoerd.

De Vereenvoudigde Yangstijl werd snel populair in China en ook in de rest van de wereld.
De bewegingen zijn niet al te moeilijk en beginners kunnen deze stijl in 3-4 maanden leren. Hij is met name heel geschikt voor ouderen of mensen met een iets mindere conditie. Afhankelijk van je tempo duurt de 24- vorm ongeveer 5-7 minuten.

Maar de vereenvoudigde yangstijl biedt ook een stevige basis voor beoefening van andere stijlen. Veel Tai Chi scholen beginnen hun opleiding met deze korte vorm. Daarna kun je dan verder met een traditionele vorm of een andere moderne Tai Chi stijl zoals de 42-competitievorm uit 1989 waarin je alle bewegingen van de 24-vorm terug vindt.

Nederlandse boek over de 24-vorm:
- Tai Chi Chuan 24 & 48 oefeningen, Liang Shou-Yu en Wu Wen-Ching (Omega Boek 1998)

yinyang
list

Aanwijzingen

Ademen: natuurlijk in- en uitademen door neus. Verder niet over nadenken.
Bewegen: langzaam en vloeiend. "Tai Chi Quan is als een machtige rivier die ononderbroken voortstroomt."
Denken: concentreer je op het goed uitvoeren van de bewegingen.

Oefentips
- herhaal thuis na afloop van de les de nieuwe bewegingen
- probeer elke dag een kwartiertje te oefenen; tijdstip maakt niet uit
- Tai Chi in de buitenlucht is het beste

Tai Chi – richtlijnen voor de beweging

Ontspanne: Beweeg ontspannen en natuurlijk - als wolken die voorbij drijven in de lucht. De wind stuurt de beweging van de wolken - jij stuurt de beweging van je lichaam. Gebruik je denken, gebruik geen kracht.

Langzaam: Breng rust in je beweging. Als je langzaam beweegt kun je je goed op details concentreren en de bewegingen weloverwogen uitvoeren. Je ademhaling wordt langzaam en diep.

Vloeiend: Streef naar een vloeiende beweging met een constante snelheid. "Tai Chi Quan is als de Yangzi rivier die alsmaar voortstroomt tot ze uitmondt in de zee" zeggen de Tai Chi Klassieken. Val niet in een positie maar verplaats je gewicht geleidelijk van het ene naar het andere been. Volg met je ogen de beweging van je hand.

Rond: Alle bewegingen in Tai Chi zijn rond en cirkelvormig. Iets dat rond is kun je moeilijk aanvallen en cirkelvormige bewegingen hebben vaak ook meer kracht. Bovendien is rond harmonieuzer en natuurlijker dan rechtlijnig en hoekig.

vorm1

- sta met je voeten naast elkaar, armen hangen opzij, handen raken de bovenbenen. positie: zuid.
- hoofd rechtop, ogen kijken naar voren, tong tegen gehemelte, schouders ontspannen, borst in, buik en onderrug ontspannen, knieën iets gebogen
- adem een paar keer in en uit door de neus (buikademhaling)

vorm2

- zak ietsje door de knieën, breng alle gewicht over op je rechterbeen en stap met links uit op schouderbreedte
- gewicht in ’t midden, omhoog komen
- til de armen aan de pols omhoog tot schouderhoogte
- duw handen omlaag tot voor de buik en zak door de knieën met bovenlichaam rechtop

vorm1
vorm3

Links
- handen uit elkaar, gewicht op rechts, rechterhand cirkelt omhoog
- hou een bal vast: rechterhand boven – palmen wijzen naar elkaar
- trek linkervoet bij en laat de voorvoet op de grond rusten (T-stand)
- kijk naar je rechterhand

vorm4

- zak een beetje in je rechterbeen en stap schuin naar achteren uit met links (eerst hak op de grond).
- gewicht naar voren, middel draait, handen uit elkaar:
- beweeg de linkerhand alsof je een frisbee werpt: hij
eindigt op mondhoogte met palm schuin omhoog; rechterhand komt opzij van je heup met palm laag; draai rechtervoet iets bij (duw hak terug)
- ogen volgen de linkerhand

positie: linker boogstand naar het oosten

vorm5

Rechts
- gewicht terug, draai linkervoet open op hak
- gewicht naar voren en trek rechtervoet bij
- handen houden een bal vast, linkerhand boven (hoge hand blijft hoog)
- zak ietsje in je linkerbeen en stap uit met rechts (eerst hak)
- gewicht naar voren, handen uit elkaar, middel draait
- beweeg je rechterhand alsof je een frisbee wegwerpt; breng de linker opzij van je heup (ogen volgen rechterhand) positie: rechter boogstand naar het oosten

positie: linker boogstand naar het oosten

vorm5

Links
- gewicht terug, draai rechtervoet open op hak
- gewicht naar voren en trek linkervoet bij
- handen houden een bal vast, rechterhand boven (hoge hand blijft hoog)
- zak ietsje in je rechterbeen en stap uit met links (eerst hak)
- gewicht naar voren, handen uit elkaar, middel draait
- beweeg je linkerhand naar voren; breng de rechter opzij van je heup (ogen volgen rechterhand)

positie: linker boogstand naar het oosten
In deze beweging sta je afwisselend in de linker en rechter boogstand (gong bu). De gewichtsverdeling is 70-30. Bovenlichaam rechtop. Denk eraan dat de tenen van de voorste voet naar het oosten wijzen.

vorm1
vorm3

- half stapje naar voren met achterste voet
- rechterhand erbij; hou bal vast met linkerhand boven
- gewicht terug
- middel draait naar rechts, breng rechterhand omhoog
- kijk naar je rechterhand
- draai middel terug naar voren, til linkervoet op en breng linkerhand opzij van heup (palm laag), zet linkervoet iets naar links neer op de voorvoet, vingers rechterhand wijzen omhoog met palm links, kijk naar voren
- dit is een “lege stand” (xu bu) met vrijwel alle gewicht op rechts (95%)

vorm1
vorm3

Links
- draai middel naar links en draai rechter handpalm naar je toe
- rechterhand aan de pols omlaag, middel draait naar rechts, linkerhand gaat voor je hoofd langs naar je rechter schouder (palm rechts)
- rechterhand cirkelt door omhoog met palm boven, kijk naar deze hand; trek linkervoet bij
- stap uit met links (eerst hak)
- gewicht verplaatsen, kijk naar voren, middel draait naar links, linkerhand cirkelt voor de buik langs met palm laag
- duw met rechterpalm via je oor naar voren
- linkerhand opzij van heup met palm laag

Je staat nu in de linker boogstand en je kijkt naar het oosten.

vorm3

Rechts
- gewicht op rechts, draai linkervoet open
- draai rechter palm naar je toe en breng hand voor je hoofd langs tot bij je linker schouder
- linkerhand omhoog met palm boven (kijken)
- gewicht naar voren, voet bijtrekken
- stap uit met rechts (hak), kijk naar voren
- rechter palm cirkelt voor de buik langs met palm laag
- gewicht naar rechtervoet, middel draait naar rechts
- duw met linkerpalm via je oor naar voren
- rechterhand opzij van heup, palm laag

Je staat nu in de rechter boogstand.

vorm3

Links
- gewicht terug op links
- draai rechtervoet open (45 graden)
- draai linkerpalm naar je toe en breng hand voor je hoofd langs naar je rechter schouder; breng rechterhand omhoog met palm boven, kijk naar je rechterhand
- gewicht naar voren en trek linkervoet bij
- stap uit met links (eerst hak), kijk naar voren
- middel draait naar links, linkerhand cirkelt voor de buik langs met palm laag
- duw met rechterpalm via je oor naar voren
- linkerhand opzij van heup, palm laag linker boogstand

Belangrijk is om het voor de buik langs strijken en de duw naar voren te kombineren met de draaing van het middel. In Tai Chi komen vrijwel alle bewegingen voort uit het middel.

vorm1
vorm3

- half stapje naar voren met rechts
- trek rechterhand terug, gewicht terug
- middel draait, linkerhand naar voren
- til linkervoet op
- middel terug naar voren
- breng rechterhand naast linker elleboog en zet
tegelijkertijd linkervoet zachtjes neer op de hak, druk hand en elleboog iets naar elkaar toe
Dit is weer een lege stand met vrijwel alle gewicht op rechts (95%)

vorm1
vorm3

Rechts
- cirkel rechterhand aan de pols omlaag en daarna omhoog (arm licht gebogen), middel draait naar rechts, kijk naar je rechterhand
- draai beide palmen naar boven
- breng rechterhand bij oor, linker voorvoet schuin achter neerzetten, kijk naar voren
- duw met rechterhand naar voren, trek linkerhand terug en breng alle gewicht naar je achterste been
- rechterhak los en voet bijdraaien
- lege stand, linkervoet staat schuin

vorm4

Links
- cirkel linkerhand aan de pols omlaag en naar boven, lichaam draait naar links, draai beide palmen naar boven, kijk naar je linkerhand
- breng linkerhand bij oor en rechter voorvoet schuin achter neerzetten, kijk naar voren
- duw met linkerhand naar voren, trek rechterhand terug en verplaats gewicht naar achteren
- linkerhak los, voet bijdraaien

vorm5

Rechts
- cirkel rechterhand omlaag en naar boven, lichaam draait naar rechts, draai beide palmen naar boven, kijk naar je rechterhand
- rechterhand bij oor en linkervoorvoet schuin achter neerzetten, kijk naar voren
- duw met rechterhand, trek linkerhand terug en breng alle gewicht naar je achterste been
- rechterhak los en voet bijdraaien

vorm5

Links
- cirkel linkerhand aan de pols omlaag en naar boven, lichaam draait naar links, draai beide palmen naar boven, kijk naar je linkerhand
- breng linkerhand bij oor en rechter voorvoet schuin achter neerzetten, kijk naar voren
- duw met linkerhand, trek rechterhand terug en verplaats gewicht naar achteren
- linkerhak los, voet bijdraaien

De hele beweging is achterwaarts in westelijke richting. Probeer op dezelfde hoogte te blijven. Bij palmen hoog maken de armen een hoek van ongeveer 120 graden. Belangrijk is om het duwen met "gewicht terug" te kombineren. De man op de plaatjes kijkt niet terug. Dat kan ook. Vooral in de traditionele Tai Chi vormen vindt men het belangrijker om de (onzichtbare) tegenstander in het oog te houden.

vorm1
vorm3

Afweren
- draai iets naar rechts op rechter voorvoet (tenen wijzen zuid)
- rechterhand cirkelt omhoog
- hou bal vast met rechterhand boven
- trek linkervoet bij
- alle gewicht op rechts
- stap schuin naar achter uit met links
- gewicht naar voren en handen uit elkaar
- breng gebogen linker onderarm op borsthoogte (palm binnen) en rechterhand opzij van middel
- je staat in een linker boogstand

vorm4

Terugtrekken
- draai iets naar links
- steek linkerhand schuin omhoog (palm laag)
- breng rechterhand naar voren (palm boven)
- trek beide handen omlaag, gewicht terug
- linkerhand voor de borst (palm binnen), rechter aan de pols omhoog – kijk naar deze hand

vorm5

Drukken
- plaats rechterpalm tegen de pols van linkerhand en draai middel naar voren
- druk recht vooruit, gewicht naar voren
- de kracht komt uit het strekken van het rechter been

vorm5

Overgang naar rechts
- gewicht op rechts, middel draai naar rechts
- linkervoet indraaien op hak (tenen zuid)
- rechterhand maakt halve cirkel met de klok mee, gewicht op links, rechtervoet bijtrekken
- hou bal vast met linkerhand boven

vorm1
vorm3

Afweren
- alle gewicht op links
- stap uit met rechts in rechter boogstand
- gewicht naar voren en handen uit elkaar
- breng gebogen rechter onderarm op borsthoogte (palm binnen) en linkerhand opzij van heup
- je staat nu in een rechter boogstand

vorm4

Terugtrekken
- draai iets naar rechts
- steek rechterhand schuin omhoog (palm laag)
- breng linkerhand naar voren (palm boven)
- trek beide handen omlaag, gewicht terug
- rechterhand voor de borst (palm binnen), linkerhand aan de pols omhoog – kijk naar deze hand

vorm5

Drukken
- palm tegen de pols van rechterhand
- draai middel naar voren
- druk recht vooruit, gewicht naar voren
- de kracht komt uit het strekken van het linkerbeen

vorm5

Duwen
- draai palmen naar beneden
- armen parallel, ellebogen laag
- gewicht terug, trek handen terug,linkervoet op hak
- handen omlaag tot voor de buik en duw met beide palmen naar voren,
gewicht naar voren positie: west

Toelichting
Grijp de mus bij de staart bestaat uit vier belangrijke tai ji basistechnieken: afweren, terugtrekken, drukken en duwen. In totaal zijn er acht van deze technieken. De andere vier zijn: neertrekken, splijten, elleboogstoot en lichaamsstoot. De laatste twee komen niet in de 24-vorm voor.
De handpositie met de ene palm boven (yang) en de ander beneden (yin) noemen we "yin-yang handen". Verder: een hand ver van je lichaam (yang) en een dichtbij (yin) en bovendien: een hand hoog (yang) en een laag (yin).
Bij "drukken" vormen beide armen met de schouders een cirkel. Belangrijk is dat je eerst je middel naar voren draait en dan pas naar voren komt door je achterste been te strekken.
Bij duwen maken de handen een staande cirkel: eerst handen aan de pols terugtrekken, dan voor de buik langs en omhoog duwen.

vorm1
vorm3

Haakhand
- gewicht op links, rechtervoet indraaien op hak (tenen zuid), rechterhand omlaag
- handen wisselen (rechter boven, linker onder)
- draai naar rechts, gewicht terug op rechterbeen
- rechterhand cirkelt met palm binnen voor je hoofd langs naar rechts
- dan palm naar buiten, maak een haakhand (zuidwest), elleboog laag
- linkerhand cirkelt naar rechterschouder (palm binnen)
- trek linkervoet bij, kijk naar je linkerhand positie: zuid

vorm4

Zweepslag
- stap schuin naar achteren uit op de hak
- gewicht naar voren, middel draait naar links,
linkerhand draait mee (palm binnen), rechtervoet
bijdraaien
- duw met linkerhand
positie: linker boogstand naar het oosten

vorm5

Toelichting
De linkerarm is hier de zweep en het cirkeltje dat de linkerhand maakt om de duw uit te voeren lijkt op het knallen van de zweep.
Haakhand: laat de hand aan de pols hangen en plaats alle vingers tegen de duim.

vorm1
vorm3

1e keer
- gewicht terug op rechts
- linkervoet indraaien op hak (tenen zuid) en linkerhand omlaag
- open rechterhand (palm naar buiten)

vorm4

- wissel handen (links omhoog, rechts omlaag)
- draai naar links en verplaats gewicht naar links
- linkerpalm voor gezicht langs, rechterhand voor de buik
- trek rechtervoet bij
- wissel handen: rechter omhoog met palm naar gezicht, linker omlaag (kijk naar rechterhand)
- draai middel naar rechts, rechterpalm gaat voor je gezicht langs, linker voor de buik
- breng gewicht op rechterbeen

vorm5

2e keer
- rechterpalm naar buiten
- stap opzij uit met links
- handen wisselen: linker boven
- draai naar links en verplaats gewicht naar links
- linkerpalm voor gezicht langs, rechterhand langs buik
- trek rechtervoet bij
- wissel handen
- draai middel naar rechts
- rechterpalm voor gezicht langs, linker voor de buik
- breng gewicht op rechterbeen

vorm5

3e keer
- rechterpalm naar buiten
- stap opzij uit met links
- handen wisselen: linker boven
- draai naar links en verplaats gewicht naar links
- linkerpalm voor gezicht langs, rechterhand langs buik
- trek rechtervoet bij
- wissel handen
- draai middel naar rechts
- rechterpalm voor gezicht langs, linker voor de buik
- gewicht op rechts

Je stapt twee keer naar links uit en je trekt driemaal je rechtervoet bij. Belangrijk is: handen draaien met het middel mee, net als wolken die meedrijven met de wind.

vorm1
vorm3

Haakhand
- trek linkervoet bij (hak los)
- maak een haakhand met rechts (zuidwest), linkerhand bij schouder

Zweepslag
- stap schuin naar achteren uit op de hak
- kom naar voren, middel draait naar links, linkerhand draait mee, rechtervoet bijdraaien
- duw met linkerhand

positie: linker boogstand naar het oosten

vorm1
vorm3

- half stapje naar voren met rechts
- draai palmen naar boven, kijk naar je rechterhand
- gewicht op rechts, kijk naar voren
- duw rechterhand naar voren omhoog, trek linkerhand terug
- linkervoet los en ietsje naar voren op voorvoet neerzetten positie: lege stand naar het oosten

vorm1
vorm3

- schuif linkerhand over rechterpols en stap opzij uit met linkervoet (tenen noordoost)
- kom naar voren, handen maken grote cirkel voor de borst
- trek rechtervoet bij, handen kruisen (rechterhand onder) en samen met de knie omhoog, palmen binnen

- kijk naar zuidoost, draai palmen naar buiten
- trap met hak naar zuidoost en handen uit elkaar (alsof je een gordijn opendoet)

rechtervoet en rechterhand bewegen tegelijk naar voren en je kijkt dus in de richting van de trap

vorm1
vorm3

- laat rechtervoet aan knie hangen (knie hoog)
- linkerarm erbij, armen aan weerszijden van de knie, palmen binnen
- breng handen opzij van middel (palm boven) en stap uit met hak
- cirkel handen buitenom naar voren, maak twee vuisten en breng gewicht naar voren

positie: rechter boogstand naar zuidoost

vorm1
vorm3

- gewicht op links, rechtervoet indraaien tot noordoost
- open vuisten en maak grote cirkel voor de borst
- gewicht op rechts, trek linkervoet bij, kruis handen met linkerhand onder
- til linkerknie op (hoog), handen gekruist voor je gezicht met palmen naar je toe
- draai palmen naar buiten
- kijk en trap met hak naar noordwest en spreidt handen linkervoet en linkerhand bewegen tegelijk naar voren, kijk in de richting van de trap (noordwest)

Als je met rechts trapt, dan kruis je je handen met de rechterhand onder (of buiten); trap je met links dan kruis je de handen met de linkerhand onder.

Beter staan op één been. Een paar tips:
- zet je voet schuin neer
- zit in het standbeen
- trek je buik iets in
- kijk naar één punt, het liefst in de verte
- versterk je beenspieren (bijvoorbeeld door te zitten in "ma bu")
- vertrouw erop dat je het kunt

vorm1
vorm3

- trek linkerbeen in, knie blijft hoog
- maak haakhand met rechts (noordoost) en breng linkerpalm opzij van rechterschouder
- stap met links uit naar het westen: eerst voorvoet dwars neerzetten, dan hele voet
- zak in je rechterbeen (knie in de richting van de tenen) en schuif je linkervoet naar voren – zo ver je kunt
- breng linkerhandrug opzij van linker bovenbeen, vingers wijzen naar voren, ogen volgen de hand, romp blijft rechtop
- draai linkervoet open op de hak, naar het westen of verder

vorm3

- gewicht naar voren
- draai rechtervoet bij op de hak
- linkerpalm laag, draai haakhand om
- gewicht alvast zover mogelijk naar voren, trek rechtervoet bij en til knie op; rechterhand opent en volgt rechterbeen; linkerhand opzij met palm laag
- rechter onderarm wijst bijna omhoog, palm links, elleboog
boven knie

vorm1
vorm3

- zet rechter voorvoet op de grond (beetje naar links gedraaid, geen gewicht erop)
- draai langzaam op je linker voorvoet naar links (tenen zuidoost)
- breng tegelijk rechterpalm opzij van linker schouder en maak haakhand met links (zuidoost)
- kijk naar je linkerhand
- stap met rechts uit naar het westen: eerst voorvoet dwars neerzetten, dan hele voet
- zak in je linkerbeen (knie in de richting van de tenen) en schuif je rechtervoet naar voren – zo ver je kunt
- breng rechterhandrug opzij van rechter bovenbeen, vingers wijzen naar voren, ogen volgen de hand, romp blijft rechtop
- draai rechtervoet open op de hak, naar het westen of verder

vorm3

- gewicht naar voren
- draai linkervoet bij op de hak
- rechterpalm laag, draai haakhand om
- gewicht alvast zover mogelijk naar voren, trek linkervoet bij en til knie op; linkerhand opent en volgt linkerbeen; rechterhand opzij met palm laag
- linker onderarm wijst bijna omhoog, palm rechts,elleboog boven knie

De traditionele namen van deze posities zijn:
- de slang kruipt omlaag (hier: lage houding)
- de goudfazant staat op één poot (hier: sta op één been)

vorm1
vorm3

Rechts
- stap uit met links naar zuidwest (eerst hak)
- hou bal voor de borst met linkerhand boven
- gewicht naar voren
- trek rechtervoet bij
- stap uit met rechts naar noordwest
- gewicht naar voren, rechterhand cirkelt voorlangs omhoog en draait met palm naar buiten (hand schuin boven je hoofd, vingers wijzen naar links)
- linkerhand duwt naar voren

positie: rechter boogstand naar noordwest

vorm3

Links
- gewicht terug op links
- draai rechtervoet iets naar binnen op hak (tenen west)
- gewicht naar voren, trek linkervoet bij
- hou bal vast met rechterhand boven (hoge hand blijft hoog)
- stap uit met links naar zuidwest
- gewicht naar voren, linkerhand cirkelt voorlangs
omhoog en draait met palm naar buiten (hand schuin boven je hoofd, vingers wijzen naar rechts)
- rechterhand duwt naar voren
positie: linker boogstand naar zuidwest

Mooie dame weeft met schietspoel: de vergelijking is ontleend aan de schietspoel van een wever die in allerlei richtingen heen en weer schiet. In de traditionele Yangstijl gaat deze beweging naar alle vier hoeken.

vorm1
vorm3

- half stapje naar voren met rechtervoet, daarna gewicht op rechts
- linkerhand cirkelt voor je hoofd langs naar rechts
- rechterhand maakt staande cirkel tot bij oor
- til linkervoet op
- strijk linkerhand voor je buik langs naar links opzij
- steek met vingers rechterhand naar beneden
- linker voorvoet op de grond, alle gewicht op rechts
- kijk naar je rechterhand

positie: lege stand naar het westen
De uitgebreide naam is: zoek een naald op de bodem van de zee.

vorm1
vorm3

- til rechterhand op tot hoofdhoogte en plaats vingers linkerhand tegen de pols
- til linkervoet op en stap uit naar voren
- verplaats gewicht naar linker boogstand; linkerhand maakt liggende cirkel, rechterhand opzij van je hoofd naar buiten draaien, vingers naar voren

positie: linker boogstand naar het westen

Je armen zijn de twee stelen van een waaier. Je opent een gesloten waaier en het scharnierpunt zit tussen de schouderbladen. Tijdens het openen gaan de schouderbladen naar elkaar toe.

vorm1
vorm3

Draai lichaam
- gewicht op rechts
- draai linkervoet in op hak (tenen: noord), rechterhand begint grote cirkel met de klok mee
- gewicht terug op links
- rechterhand eindigt als vuist voor de buik (handrug boven), linkerhand schuin boven je hoofd met palm naar buiten

vorm3

Verplaats
deze bewegingen ongeveer tegelijk uitvoeren:
- rechtervoet bijtrekken, til op en zet neer op hak
- hand en vuist wisselen: rechtervuist maakt halve cirkel met de klok mee, linkerpalm slaat omlaag (buiten langs)
- romp draait naar rechts

vorm3

Weer af
- rechtervuist naar buiten draaien
- draai rechtervoet ver open (tenen zuidoost)
- rechtervuist maakt cirkel opzij, gewicht naar rechtervoet, middel draait, linkerhak los
- linkerhand naar voren
- stap naar voren met links 

vorm3

Vuiststoot
- gewicht naar voren tot linker boogstand
- stoot met rechtervuist naar voren
- plaats linkerpalm tegen onderarm

positie: linker boogstand naar het oosten

vorm1
vorm3

Open vuist
- schuif linkerpalm onder rechterarm door
- keer beide palmen naar boven
- armen parallel
- gewicht terug, trek handen terug
- voorvoet los van de grond
- palmen omlaag tot voor de buik
- gewicht naar voren, linkervoet weer op de grond, duw palmen naar voren en omhoog

Ru feng si bi = zoals verzegelen, zoals sluiten.
Zoals verzegelen: handen maken kruis alsof de toegang verzegeld is.
Zoals sluiten: handen duwen alsof je twee klapdeuren sluit.

vorm1
vorm3

- gewicht op rechts, linkervoet indraaien op hak (tenen zuid)
- draai rechtervoet ietsje open op hak, rechterhand cirkelt met de klok mee
- gewicht op links, rechtervoet parallel
- trek rechtervoet bij tot schouderbreedte
- kruis handen bij pols (rechterhand buiten) en kom overeind met iets gebogen knieën
positie: zuid

Kruis handen zo dat je er nog nog net doorheen kunt kijken en hou je handen niet te dicht bij je lichaam. Armen en schouders vormen een cirkel.
Letterlijke vertaling van “shi zi shou” is: handen maken het karakter tien. Het Chinese karakter voor tien is “shi” (+), een kruis. Vergelijk het Romeinse teken voor tien: x. Tweemaal vijf vingers dus.

vorm1
vorm3

- draai palmen naar beneden
- handen uit elkaar tot schouderbreedte
- breng handen opzij
- trek linkervoet bij
- lichaam rechtop, palmen tegen bovenbeen (we zijn nu terug in de uitgangspositie)

Blijf nog een tijdje zo staan, ontspan en adem rustig in en uit door de neus.

vorm1

"Tai Chi Quan is als een machtige rivier die ononderbroken voortstroomt."


Dieter Rams